Actueel
Nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2008
Met de komst van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro) per 1 juli 2008 zijn de bepalingen betreffende vergoeding van planschade gewijzigd. Met ingang van 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in werking getreden. De regeling van planschade in de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening bevat een aantal belangrijke wijzigingen.
Planschade in de nieuwe Wro
Artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geeft aan dat degene die in de vorm van inkomensderving of vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een planologische maatregel, op aanvraag een tegemoetkoming in planschade kan worden toegekend, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming in planschade niet voldoende anderszins verzekerd is.
Oorzaak van de schade (schadeveroorzakende besluiten)
De oorzaak van de inkomensderving of vermindering van waarde van een onroerende zaak kan gelegen zijn in een nieuw bestemmingsplan of inpassingsplan, een beheersverordening of een projectbesluit.
Aanvragen om tegemoetkoming
Afdeling 6.1 Wro bevat de bepalingen over het tijdstip waarbinnen aanvragen om een tegemoetkoming moeten worden ingediend. Voorts is in artikel 6.2 Wro uitgewerkt welke schade in ieder geval voor rekening van de aanvrager dient te blijven en wordt in artikel 6.3 Wro aangegeven welke zaken een bestuursorgaan bij het nemen van een beslissing op het aanvragen om een tegemoetkoming in planschade dient te betrekken.
Artikel 6.1, derde lid, Wro stelt eisen aan de aanvraag om een tegemoetkoming, die op grond van artikel 6.7 Wro in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) zijn uitgewerkt. De regels in het Bro leiden tot een uniformering en standaardisering van regels omtrent de inrichting en behandeling en de wijze van beoordeling van een aanvraag om tegemoetkoming in schade.
Tegemoetkoming in de schade
De Wro spreekt van een tegemoetkoming in de schade in plaats van een schadevergoeding. Het gaat niet meer om een vergoeding van de volledige schade, maar om een tegemoetkoming in de schade. Daarnaast wordt het begrip schade op voorhand beperkt. Het betreft enkel schade die bestaat uit inkomensderving of vermindering van de waarde van de onroerende zaak. Schade die bestaat uit een tijdelijke verstoring van het woongenot komt niet meer voor vergoeding in aanmerking.
Normaal maatschappelijk risico
Een andere wijziging betreft het begrip ‘normaal maatschappelijk risico' als criterium voor de vraag of een schade redelijkerwijs ten laste van een belanghebbende kan worden gelaten. Dit criterium berust op het beginsel ‘égalité devant les charges publique' (gelijkheid voor publieke lasten). Schade kan, met een beroep op het normale maatschappelijke risico, ten laste van de burger worden gelaten. Het criterium ‘normaal maatschappelijk risico' is niet gedefinieerd en is er een forfait voor het normale maatschappelijke risico van 2% van de waarde van de onroerende zaak of het inkomen in de Wro opgenomen. Dit forfait heeft het karakter van een wettelijk minimum. Bedraagt de schade minder dan de 2% dan hoeft een aanvraag niet of niet verder in behandeling genomen te worden. Deze forfaitaire 2% regeling geldt niet bij directe planschade (d.i. schade die een gevolg is van planologische beperkingen van de onroerende zaak van de aanvrager zelf). Het forfait geldt niet voor aanvragen die op of na 1 juli 2008, maar vóór 1 september 2010 zijn ingediend in het geval de planologische maatregel onherroepelijk is geworden op of na 1 september 2005, maar vóór 1 juli 2008 van kracht is geworden.
Vergoeding van kosten rechtsbijstand en andere deskundigen
Het college van burgemeester en wethouders is bij het toekennen van een tegemoetkoming in de schade verplicht tevens de redelijkerwijs gemaakte kosten van rechtsbijstand en andere deskundige bijstand te vergoeden. Onder het oude recht was deze mogelijkheid ook in de jurisprudentie aanvaard, maar werd deze terughoudend toegepast.
Voorschot op een tegemoetkoming
Het Bro biedt de aanvrager de mogelijkheid om een voorschot op een tegemoetkoming in de schade aan te vragen. Een voorschot kan worden toegekend wanneer de aanvrager naar redelijke verwachting in aanmerking komt voor een tegemoetkoming en zijn belang dat naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders vordert. Het toekennen van een voorschot houdt overigens geen erkenning van een schadeplicht in en aan de toekenning kunnen ook geen rechten worden ontleend. Het voorschot wordt slechts verleend, indien de aanvrager van het voorschot schriftelijk de verplichting aanvaardt tot gehele en onvoorwaardelijke terugbetaling van hetgeen ten onrechte als voorschot is uitbetaald, te vermeerderen met de wettelijke rente over het teveel betaalde, te rekenen vanaf de datum van betaling van dat voorschot. Het college van burgemeester en wethouders kan daarvoor overigens ook nog zekerheidsstelling verlangen.
Wanneer moet een verzoek om tegemoetkoming worden gedaan?
Indiening van een verzoek om vergoeding om tegemoetkoming in de schade moet plaatsvinden binnen 5 jaar na het onherroepelijk worden van het schadeveroorzakende besluit. Een verzoek om tegemoetkoming dient schriftelijk en gemotiveerd te worden ingediend voorzien van een onderbouwing van de schade.
Leges
Burgemeester en wethouders dienen van de aanvrager leges te heffen ter grootte van € 300. Dit bedrag kan bij gemeentelijke verordening met maximaal tweederde deel worden verhoogd of verlaagd.